Impuls: LaTeX
From Mariki
Contents |
Inleiding
Voor het maken van de Impuls wordt de Impuls documentclass gebruikt. Hierdoor worden nieuwe instructies beschikbaar gesteld, maar komen ook oude te vervallen.
Een nieuw artikel beginnen
Voor een nieuw artikel gebruik je normaal gesproken deze constructie:
\begin{document}
...
\end{document}
Een artikel in de Impuls begint zo:
\artikel{Titel}{Auteur1 \and Auteur2}{Inhoudsopgave titel}
...
Zoals je ziet zijn er drie argumenten nodig. Het tweede argument bevat de auteurs, die gescheiden worden door de \and instructie. Als er slechts een auteur is, kan dit natuurlijk weggelaten worden. Op de plaats van de puntjes komt het artikel te staan. Onderaan het artikel komt geen afsluiting. Dit wordt automatisch door de documentclass geregeld.
Soms wil je een eenkolomsartikel hebben, bijvoorbeeld voor puzzels. Zet in dat geval een asterisk na artikel:
\artikel*{Titel}{Auteur1 \and Auteur2}{Inhoudsopgave titel}
Conventies
Aanhalingstekens
Voor citaten gebruiken we dubbele quotes:
``Ik drink geen vlees'', zei Luc.
Zinsdelen die tussen aanhalingstekens moeten, maar die geen citaten zijn, zetten we tussen enkele quotes:
Een toegepast fysicus noemt men ook wel een `toefy'.
Let op het verschil tussen de aanhalingstekens openen/sluiten. Gebruik voor dubbele quotes niet de dubbele quotes (") van je toetsenbord!
Nieuwe alinea's
Gebruik een witregel in de tex-file om alinea's van elkaar te scheiden:
alinea 1 alinea 2
Gebruik hiervoor niet de commando's \\ of \newline, deze geven namelijk geen inspringing aan het begin van de volgende regel.
Figuren toevoegen
In een Impulsartikel voeg je een figuur als volgt toe:
\figuur{_figuren/plaatje.eps}{Onderschrift}
Het commando \figuur heeft twee argumenten nodig: het eerste geeft de bestandsnaam van het plaatje (dat doorgaans in de map _figuren staat); het tweede is voor het onderschrift bij de figuur.
Uitspraken
Soms wil je bepaalde zinnen uit een stukje vergroot weergeven als aandachttrekkers, bijvoorbeeld in interviews. Hiervoor bestaat het commando \uitspraak:
\uitspraak{left}{``Jullie zullen het nog wel meemaken dat er een toepassing van de algemene relativiteitstheorie is.''}
De optie left zegt dat de uitspraak links uitgelijnd wordt; kies right voor rechtsuitlijning.
Opmaak
Over het algemeen wordt de tekst automatisch correct opgemaakt. Toch zijn er soms situaties waarin je hier handmatig iets aan wilt wijzigen.
Font specificatie
Als een woord of zin benadrukt moet worden dan kan er gebruik worden gemaakt van font specificatie. Je specificeert bijvoorbeeld of het vette/bold font of het cursieve font gebruikt moet worden. Om iets te benadrukken gebruiken we in de Impuls doorgaans geen onderstreping en vetgedrukte woorden. Het benadrukken van woorden kan zo:
Hij was \emph{heel} erg boos.
Gebruik dit alleen als het woord ook echt benadrukt moet worden bij het lezen, anders niet. Zijn er andere gevallen waarin je een woord cursief wilt afdrukken dan kan dat zo:
We gingen naar de kroeg om te \textit{socializen}.
Onderstrepen en vet drukken kan natuurlijk zo:
\uline{underlined}
\textbf{boldface}
Lege Ruimte
Soms is het handig om een klein beetje ruimte tussen de regels of om een plaatje heen te laten. Natuurlijk kan dit door een \\ of \newline. Maar een standaardafstand `ruimte' is gedefinieerd in de documentclass, dus gebruik zoveel mogelijk
\ruimte
Het is dus het mooist om dit zoveel mogelijk te gebruiken om onregelmatigheden te voorkomen. Om de lengte van een lege ruimte handmatig te specificeren kun je \vspace{lengte} waarbij lengte dan bijvoorbeeld in cm (\vspace{2cm}), of punten \vspace{50pt}.
Oepsen
Voor de lijst met oepsen (en andere opsommingen) gebruiken we de omgeving oepsen:
\begin{oepsen}
\item ...
\item ...
...
\end{oepsen}
De persoon die iets zegt, zetten we vetgedrukt:
\item \textbf{Luc}: ``Ik drink geen vlees.''
Bijzondere syntax
Schaakpuzzel
Voor de schaakpuzzel gebruiken we het package chess. Hierbij geef je de positie van alle stukken op, waarna Latex een plaatje met de stelling maakt. De startpositie zou er bijvoorbeeld als volgt uit zien in een Impulsartikel:
\begin{position}
\White(Ra1, Nb1, Bc1, Qd1, Ke1, Bf1, Ng1, Rh1, a2, b2, c2, d2, e2, f2, g2, h2)
\Black(Ra8, Nb8, Bc8, Qd8, Ke8, Bf8, Ng8, Rh8, a7, b7, c7, d7, e7, f7, g7, h7)
\global\Whitetrue
\end{position}\par
$$\showboard\atop$$
Voor beide kleuren wordt apart aangegeven welke stukken op welke velden staan. Hierbij worden hoofdletters gebruikt voor de stukken (Rook = toren, kNight = paard, Bishop = loper, Queen = dame, King = koning; voor pionnen wordt alleen het veld aangegeven).
Cryptogrammen
Crypto's (en andere puzzels) zetten we in een eenkolomsartikel. Om de puzzel vorm te geven, gebruiken we het package cwpuzzle. Een puzzel begin je als volgt:
\setlength{\PuzzleUnitlength}{15pt}
\PuzzleUnsolved
\begin{Puzzle}{5}{6}
...
\end{Puzzle}
De eerste regel stelt de breedte van een hokje in; speel hier een beetje mee tot de puzzel precies op de pagina past. Het commando \PuzzleUnsolved zegt dat we de onopgeloste puzzel willen weergeven; als je de oplossing van de puzzel wil plaatsen, vervang je dit door \PuzzleSolution. Met het environment Puzzle maak je het frame van de puzzel; het eerste argument geeft het aantal kolommen, het tweede geeft het aantal rijen.
Om in de omgeving Puzzle de puzzel te maken, gebruik je voor elk hokje een verticale bar "|", gevolgd door een (of meer) van de volgende argumenten:
- Een nummer tussen blokhaken komt in het betreffende vakje te staan.
- Een letter wordt getoond in de oplossing, maar komt niet in de onopgeloste puzzel te staan.
- Een asterisk geeft een zwart vakje.
- Een punt geeft het einde van een regel aan.
Een voorbeeld van een 5 bij 6 puzzel zou er als volgt uit kunnen zien:
\begin{Puzzle}{5}{6}
|[1]M |A |R |[2]I |E |.
|* |* |* |M |* |.
|* |* |* |P |* |.
|* |* |* |U |* |.
|* |* |* |L |* |.
|* |* |* |S |* |.
\end{Puzzle}
Dit voorbeeld bevat het woord "marie" op 1 horizontaal en "impuls" op 2 verticaal.
Nu moeten we de woordomschrijvingen nog maken; hiervoor schakelen we eerst over op een tweekolomsopmaak:
\tweekolom
Voor omschrijvingen bestaat de omgeving PuzzleClues; deze heeft als argument de tekst die erboven moet komen te staan, bijvoorbeeld:
\begin{PuzzleClues}{\textbf{Horizontaal}\\}
\Clue{1}{marie}{vrouwelijke natuurkundige \emph{(5)}\\}
...
\end{PuzzleClues}
Hier komt dus vetgedrukt "Horizontaal" boven de omschrijvingen te staan. Omschrijvingen maak je met het commando \Clue, dat drie argumenten heeft. Het eerste geeft het nummer van het woord; het tweede geeft de oplossing; het derde geeft de omschrijving.
Zet achter elke omschrijving een \\ voor een nieuwe regel, anders komen alle omschrijvingen achter elkaar te staan. Gebruik verder een aparte PuzzleClues omgeving voor elke kolom, want de lijst wordt niet automatisch afgebroken onderaan de pagina.
Voor meer info over cwpuzzle zie de cwpuzzle handleiding.
